Aiki-Jutsu is de verborgen schat achter het aikido. Aiki-Jutsu behoort tot de martial arts waarvan de basis al meer dan 1000 jaar geleden is gelegd.

Op een puur fysiek niveau is het een krijgskunst, die gebruik maakt van veel verschillende worpen, technieken en

klemmen. Deze zijn afkomstig uit oude Ju-Jutsu stijlen ontstaan in Japan en in hoofdzaak afgeleid zijn uit het ken-jutsu (zwaard technieken) en

ontdaan zijn van de hardheid van het Daito Ryu Ju-Jutsu (de ju-jutsu blokkeringen).

Aiki-Jutsu is geen statische krijgskunst, maar legt veel nadruk op de dynamiek van beweging en is absoluut geen sport, omdat het competitie-element ontbreekt. Aiki-Jutsu is in essentie een krijgskunst met een defensief karakter. De verdediger probeert controle te krijgen over de tegenstander, door de naar voren gerichte aanval over te nemen en in het eigen voordeel om te buigen. Vaak worden hier circulaire bewegingen gebruikt, daardoor wordt de voorwaartse aanval geneutraliseerd en kan de verdediger al naar gelang de situatie vereist een worp inzetten of een controletechniek toepassen.

Het is echter ook van belang om goed te leren aanvallen om te leren verdedigen.

De nadruk ligt op een beheerste uitvoering van de technieken, op een natuurlijke en vloeiende wijze. Hoofdzakelijk gebaseerd op het handwerk van centralisatie- en rotatietechnieken.

In Aiki-Jutsu wordt gebruik gemaakt van klemmen en grepen, wapens en een eigen manier van ontwijken en verplaatsen. Kenmerkend zijn de ruime circulaire vloeiende bewegingen, gebaseerd op de bewegingsvorm van zwaardtechnieken.

Hoewel Aiki-Jutsu een voornamelijk ongewapende krijgskunst is, wordt ook met wapens getraind.

De wapens: bokken (zwaard), tanto (mes), tambo (wapenstok) en jo (staf), zijn van hout om verwondingen bij de oefenpartner te voorkomen

Het motto Aiki-Jutsu Wakai Ryu is: ‘Aiki-Jutsu is een sport voor diegenen die niet willen winnen, maar ook zeker niet willen verliezen’. (C.H.J. de Jongh).